Een brief uit de hel

Geachte lezer(es),

Ik schrijf u deze brief omdat ik u ernstig wil waarschuwen om alstublieft niet op deze verschrikkelijke plaats te komen waar ik nu ben! De hel is echt een verschrikkelijke plaats. Ik lijd constant pijn in de vlammen!

Omdat ik in mijn rijke aardse leven totaal aan God voorbij ben gegaan en alleen maar voor mezelf en mijn tijdelijke pleziertjes leefde, ben ik nu hier in de hel. Ik weet dat het een rechtvaardig oordeel is, want de keuze om zonder God te willen leven heb ik zelf gemaakt.

Vroeger toen ik nog op aarde leefde was ik een zeer rijk man, ik kon alles doen en kopen wat ik maar wilde en hield regelmatig in mijn huis een schitterend feest! Vlak voor mijn huis zat vaak een arme bedelaar, waarvan ik nu weet dat hij Lazarus heet. Ik weet nog wat ik dacht toen men zei: “Die bedelaar die altijd vlak voor uw huis zat is overleden”. Ik dacht: “Daar ben ik dan mooi van af”. Echter een aantal dagen later stierf ik zelf geheel onverwachts aan een hartstilstand.

Toen ik mijn ogen opsloeg onder de enorme pijniging zag ik dat Lazarus aan de overkant van de onoverkomelijke kloof zitten, hij zat bij Abraham op schoot en hij werd door hem vertroost.

Ik weet nu dat Lazarus in een schitterende woning bij God in de hemel woont terwijl ik hier voor altijd en eeuwig vanuit een diepe put pijn moet lijden, het vuur zal in den eeuwigheid niet meer doven!

Ik had nog naar de overkant geroepen en smeekte: “Alstublieft Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in het water doopt om mijn tong af te koelen, want ik lijd pijn in deze vlam”! Maar helaas, al mijn pogingen waren tevergeefs…

Toen bedacht ik mij dat ik nog vijf broers op aarde had en vroeg Abraham of het mogelijk was om Lazarus nog één maal naar de aarde te laten terugkeren om hen ernstig te waarschuwen zodat ook zij niet op deze vreselijke plaats zullen terecht komen.

Ook dit verzoek werd niet ingewilligd want zo werd gezegd: “Als de mens niet naar Gods Woord wil luisteren, dan luistert deze ook niet naar iemand die uit de dood opstaat!”

Gelukkig mocht ik u wel deze waarschuwingsbrief schrijven. Alstublieft, bekeer u toch tot Jezus Christus, Hij is voor al uw zonden gestorven aan het kruis, Hij is echt de enige Weg die niet uitkomt bij de poort van de hel. Hij is de enige Weg welke naar de poort van de hemel leid!

Maakt u alstublieft niet dezelfde fout als ik vroeger zelf maakte door aan God voorbij te gaan en alleen maar voor uw eigen tijdelijke pleziertjes te leven! Roep Jezus aan en volg Hem alleen, nu kan het nog voordat het ook voor u te laat is en tot in eeuwigheid zult moeten branden in deze vlammen van de hel.

Gelooft u mij niet? Leest u mijn brief dan alstublieft nog eens goed na in de Bijbel, het is te vinden in Lucas 16:19-31.

met de waarschuwende groeten van een eens zo rijk man!

P.S. Zie deze brief alstublieft niet als een bedreiging maar als een liefdevolle waarschuwing van God die echt niet wil dat u in de hel terecht komt maar in de Hemel bij Hem zult zijn (1 Petrus 3:9). God heeft u echter geschapen met een eigen vrije wil, dit betekend dat Hij u niet kan dwingen om u te bekeren tot Jezus Christus. God is liefde maar liefde dwingt niet!

God is ook rechtvaardig, Hij kan onmogelijk uw onvergeven zonden door de vingers zien als u niet tot de Heere Jezus Christus komt!

Het is “ja” (met Jezus – de hemel) of “nee” (zonder Jezus – de hel), u maakt in dit leven zelf die keuze! Maar bedenk goed dat wanneer u helemaal niet kiest en alles in uw leven laat gaan zoals het nu gaat heeft u toch gekozen…

Mijn opa en oma

Afgelopen zondagmorgen 14 januari 2018 overleed mijn lieve oma Cornelia Maria Suurland – van der Kruit in de leeftijd van 93 jaar.

Bijna 45 jaar lang is mijn oma één van de belangrijkste en liefdevolle mensen in mijn leven geweest waarmee ik al mijn lief en leed op deze aardbol heb mogen delen. Ik heb heel veel met haar mogen beleven maar zeker ook met haar man, mijn opa, Marinus Johannes Suurland, welke helaas al op 16 oktober 1996 geheel onverwachts moest komen te overlijden in de veel te jonge leeftijd van 76 jaar.

Al die mooie momenten met opa en oma zal ik nooit vergeten. In mijn hart zijn zij voor altijd bij mij. Mijn opa en oma waren twee heel bijzondere mensen waarvan je er niet veel op deze aardbol tegen zult komen.  Alles deden zij uit het oogpunt van liefde voor hun zes kinderen, al hun kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ze zijn fantastische ouders, grootouders en overgrootouders voor ons allemaal geweest.

Ik dank de Heere dan ook op mijn knieën dat ik zulke geweldige grootouders heb mogen kennen in mijn leven.

Lieve opa en oma, rust zacht bij de Heere, onze God, in het Koninkrijk der hemelen tot in de oneindige eeuwigheid.

*************************************

Lieve oma,

Toen ik zag

hoe jij zo rustig lag

zo zonder pijn

geen vragen meer

alles geleden

alles gestreden

deed mijn hart

een beetje minder zeer.

De tweeling

In een baarmoeder zaten twee baby’s. De ene vroeg aan de ander: ‘Geloof jij in leven na de bevalling?’ De ander zei, ‘Maar, natuurlijk. Er moet ‘iets’ zijn na de bevalling. Misschien zijn we hier om ons voor te bereiden op wat hierna komt.’ ‘Nonsens’, zei de eerste. ‘Er is geen leven na de bevalling. Wat voor leven zou dat zijn?’ De tweede zei, ‘Ik weet ‘t niet, maar er zal in ieder geval meer licht zijn dan hier. Misschien lopen we wel met onze benen en eten we uit onze monden. Misschien hebben we andere zintuigen die we nu nog niet snappen.’ De eerste reageerde, ‘Dat is absurd! Lopen is onmogelijk. En eten met onze monden? Ridicuul! De navelstreng voorziet ons van voeding en alles wat we nodig hebben. Maar de navelstreng is zo kort. Leven na de bevalling moet dus logischerwijs uitgesloten zijn.’ De tweede volharde, ‘Nou, ik denk dat er iets is en het is anders dan hier binnen. Stel dat we de navelstreng niet meer nodig hebben.’ Waarop de eerste reageerde, ‘Nonsens. En wat dan als er leven zou zijn, waarom is er dan niemand ooit van teruggekomen? Bevallen is het einde van het leven, en in het post bevallingstijdperk is er niets dan donkerte, stilte en de ondergang. Het brengt ons nergens.’ ‘Ik weet het niet hoor’, zei de tweede, ‘maar we zullen mama in ieder geval ontmoeten en zij zal voor ons zorgen. ‘Mama? Geloof jij echt in mama? Dat is ronduit lachwekkend. Als mama bestaat waar is ze dan nu?’ De tweede zei: ‘Ze is overal en om ons heen. We zijn omgeven door haar en we zijn van haar. Het is in haar waar we leven. Zonder haar zou deze wereld niet bestaan.’ ‘Nou, ik zie haar niet. Dus het is niet meer dan logisch dat ze niet bestaat.’ zei de eerste. Waarop de tweede antwoorde, ‘Soms, als je stil bent en je je focust en echt, echt goed luistert, kun je haar aanwezigheid voelen en kun jaar liefdevolle stem horen die roept van boven.’

Modern kerstfeest

Vanuit de diepte van mijn welvaartsstaat
roep ik tot U, tot Gij U vinden laat.
Want ik heb alles wat mijn hart begeert,
alleen ‘t geloven heb ik afgeleerd.
De woorden van het oude kerstverhaal
spreken voor ons een onverstaanb’re taal.
Want wie gelooft er in een eng’lenlied
als hij het duivelse op aarde ziet?
Wie laat er nu nog alles in de steek
alleen omdat hij naar de hemel keek?
De herders vonden ‘t Kind en spraken over Hem;
wij zwijgen nog na twintig eeuwen Bethlehem.
Wij geven U geen mirre of wierook meer,
en ‘t goud kunnen wij zelf gebruiken, Heer.
Wanneer men nu de kinderen vermoordt,
wordt nog nauwelijks protest gehoord.
Wat moet het toch verdrietig voor U zijn
dat wij zo groot doen – want U werd zzo klein.
Wij zijn de kinderen van een harde, koude tijd,
maar laat ons zien, dat Gij onze Vader zijt.
Dat Gij ons zoekt in onze duisternis
omdat Uw liefde onveranderd is.

(Een gedicht van Nel Benschop uit haar bundel “Een vlinder van God”)

 

Eenzaam hout

Een man die regelmatig naar de kerk ging, bleef opeens thuis.
Na een paar weken besloot de predikant bij hem langs te gaan. Het was een gure avond. De dominee trof de man thuis aan voor een knapperend haardvuur. De man, die wel kon raden waarom de dominee langskwam, heette hem welkom, bood hem een gemakkelijke stoel bij de haard aan en wachtte. De dominee ging lekker zitten, maar zei niets. Tijdens de plechtige stilte sloeg hij de vlammen gaande die rond de brandende houtblokken speelden.
Na een paar minuten nam de dominee de tang, pakte voorzichtig een stukje gloeiend hout en legde het aan de kant van de haard waar geen vuur was. Daarna ging hij weer zwijgend zitten. De gastheer keek geboeid toe. Het eenzame stukje hout brandde steeds zwakker, gloeide even op en doofde toen. Al snel was het helemaal koud.
Sinds de begroeting was er geen woord meer gesproken. Vlak voordat de dominee wegging, pakte hij het koude stukje hout en legde het weer midden in het vuur. Door het licht en de warmte van de blokken eromheen, begon het direct weer te gloeien.
Toen de dominee de deur wilde opendoen, zei zijn gastheer: ‘Heel erg bedankt voor uw bezoek en met name voor de vurige preek. Zondag ben ik weer in de kerk.’

Bidden helpt!

Een twee-onder-een-kap woning wordt de ene kant bewoond van door een godvrezende weduwe, die maar ternauwernood rond kan komen van het weinige geld dat ze ontvangt. De andere helft wordt bewoond door een klein gezin, waarvan de vader zeer vijandig is tegen alles wat met kerk of God te maken heeft. Op zekere dag heeft de weduwe geen eten meer; en ook geen geld om het te kopen. Wat nu? In haar slaapkamer knielt ze neer en – onder het openstaande raam vertelt ze – zoals ze gewoon is – hardop haar nood aan de Heere. In de aangrenzende slaapkamer zit haar buurjongen huiswerk te maken en ‘toevallig’ hoort hij zo door het openstaande raam het bidden van zijn buurvrouw. Vlug haalt bij zijn vader. Samen luisteren ze naar het gebed, dat ze woordelijk kunnen verstaan.
Als de buurman hoort dat ze om brood bidt, denkt hij: wacht, ik zal haar eens te pakken nemen – Vlug haalt hij een brood en gooit het met een flinke zwaai door het openstaande raam bij zijn buurvrouw naar binnen.

Wanneer de weduwe met bidden ophoudt, ziet ze het brood op bed liggen. Ze is verwonderd dat haar gebed zo spoedig verhoord is en opnieuw buigt ze haar knieën om de Heere te danken voor de hulp die Hij haarschonk. De buurman hoort het en wordt boos: wat? heeft de God van zijn buurvrouw haar geholpen? Hij zal haar eens gaan vertellen wie dat brood heeft gegeven … ! Even later staat hij bij zijn buurvrouw op de stoep en zegt hij: “U denkt dat uw God u dat brood heeft gegeven, maar dat is niet zo, hoor; ik heb u dat brood gegeven! Bidden is onzin.”

Gevat geeft de godvrezende vrouw – die hierdoor niet uit het veld geslagen is – hem ten antwoord: “O, maar dat maakt het wonder alleen nog maar groter, dat de HEERE zelfs Zijn vijanden gebruikt als Zijn knechten, net zoals Elia brood kreeg van roofvogels!”

We kunnen niet zonder elkaar

Hoe het eigenlijk begonnen was, wist niemand nog te vertellen; noch de neus, noch het oor, noch de voet, noch de hand of de mond. Ze behoorden allemaal tot één lichaam, ze hadden ieder een eigen taak. De mond was dankbaar omdat hij spreken kon. De voet was blij met de mogelijkheden die hij had: hij kon dansen, huppelen, lopen en noem maar op… Het oor had volop werk, want er was zoveel om naar te luisteren… En zo waren alle leden van het lichaam bestemd om op de plaats waar ze stonden een eigen taak te vervullen.

Op zekere dag echter bemerkte de hand dat de pink er zo lusteloos bij hing. ‘Is er wat aan de hand?’, vroeg de mond. ‘Ach’, zei de pink ‘Ik hoor er eigenlijk niet bij’. ‘Waarbij dan?’, vroeg de mond. ‘Bij het lichaam natuurlijk’ zei de pink. ‘Ik zou er net zo goed niet kunnen zijn. Waarvoor kan ik nu gebruikt worden? Als ik nu een mond was zoals jij, dan had ik tenminste nog een taak. Ik zou overal waar ik kwam over de Heere Jezus vertellen. Ik zou lachend naar de mensen gaan en zieken zou ik bemoedigen en… och, was ik maar een mond of een oor, dan konden de mensen hun problemen aan mij vertellen en ik zou luisteren. Het moet heerlijk zijn om een oor te zijn! Of een voet, dan kon ik lopen. Overal zou ik heen gaan om het Evangelie te verkondigen en ik zou dansen van blijdschap als er mensen weer naar God zouden luisteren. Oh, was ik maar geen pink. Neen, als pink behoor ik niet tot het lichaam’. En moedeloos liet de pink zich neerhangen.

‘Luister toch eens’, zei de hand, ‘jij kunt vertellen wat je wilt, maar wij hebben je nodig. Je bent niet voor niets op deze plaats gezet. Als jij je taak niet doet, dan gaat het voor de andere vingers ook veel moeilijker. Nee pink, jij behoort wél tot het lichaam of je nu wilt of niet. Jij hebt een eigen taak’. De andere delen van het lichaam hadden aandachtig het gesprek gevolgd. Ze zagen wel dat de pink verdrietig was en dat deed hen ook verdriet. Ze wilden het liefst dat de pink blij en tevreden werd.

‘Ik heb niemand nodig’, zei opeens een stem. Allen keken verbaasd op. Hoe kon dat nu? Ze waren toch allemaal bijeen geplaatst als leden van één lichaam! Hoe kon dan één zeggen: ‘Ik heb de anderen niet nodig’? “Zo’, zei de voet, ‘waarom niet’? ‘Omdat ik aan kijken genoeg heb’, zei het oog. ‘Zeg oog’, zei de voet, ‘als je mij niet had zou je dag in dag uit naar hetzelfde moeten kijken, want zonder mij kun je nergens komen. Je vergist je als je denkt dat je mij niet nodig hebt’. ‘Dat is waar’, zei het oog ‘jou heb ik nodig’. ‘Als er geen voedsel binnen zou komen langs mij’, zei de mond, ‘zou je dan niet zwak worden, oogje’? ‘Ja’, zei het oog, ‘jou heb ik ook nodig’. ‘En als je mij niet had’, zei de hand, ‘om je slaap af en toe eens uit je oog te wrijven dan zag je niets meer’. ‘Eigenlijk is het waar’ zei het oog, ‘ik heb jullie wél nodig, ik kan niet zonder jullie… maar die kleine pink is wel overbodig’. Allen werden heel stil en hadden medelijden met de pink.

Dagen gingen voorbij en het lichaam ging een flinke wandeling maken. De voeten stapten er lustig op los. De handen zaten warm in de zakken van de jas. De oren luisterden naar het waaien van de wind door de bomen. De ogen keken rond en genoten van al het mooie. De neus rook de frisse natuur. Het zou prachtig geweest zijn als er niet die kleine pink geweest was, die zich overbodig voelde, zeker na hetgeen het oog gezegd had. De andere leden van het lichaam leden mee met de pink. Zelfs het oog had wel wat spijt over zijn uitbarsting, maar was te trots om ook maar iets toe te geven. ‘Waarom toch’, piekerde het, ‘blijf ik nu maar steeds aan die kleine pink denken? Als ik hem uit de weg ga, dan gaat het wel voorbij. Tenslotte is het waar; ik héb hem niet nodig! Laat mij maar genieten van al het mooie. Goed rondkijken, dat moet ik doen’.

Het oog sperde zich wijd open en keek. Opeens voelde het een scherpe steek, en zag niets meer, geen bloemen en geen veld. Er kwamen grote tranen tevoorschijn van de pijn. Dat kwam allemaal door een heel klein splintertje. De voeten bleven opeens staan en de mond riep: ‘au’. De neus begon te snotteren. De handen voelden in de jaszak en namen er een klein spiegeltje uit. ‘Veeg het er uit’, zei de mond. Maar er liepen zoveel tranen uit het oog, dat het niets meer kon zien. De hand wreef in het oog, maar dat hielp niet. ‘De pink’, zei de mond, ‘die moet de splinter er uit halen. Die is fijn genoeg’! Haastig werd de pink gevraagd of hij het wilde doen. Zou hij…? Alle leden van het lichaam wachtten in spanning af. De pink wist: ‘hier is een taak voor mij. Hij richtte zich op, hij werd er helemaal blij van en heel voorzichtig duwde hij het in het puntje van het oog, terwijl de andere vingers het oog open hielden. De mond stond open van spanning. Het hele lichaam stond gespannen te wachten en voelden met het oog mee. De kleine pink werkte heel voorzichtig de splinter naar buiten.

Weer sprongen er tranen uit het oog, maar nu van dankbaarheid. Het hart werd er warm van. De voeten maakten een sprong in de lucht. De handen gingen omhoog en de mond zei: ‘hoera’. Het hele lichaam was blij. En toen het oog tegen de pink zei: ‘Dank je wel. Wil je me vergeven?’, wisten alle leden dat ze bij elkaar hoorden en elkaar nodig hadden.

Met Kracht omvat

Ik laat niet los Heer,

Uw uitgestoken hand.

Ook al lijk ik iedere keer

te verdwalen in een onbegaanbaar land.

 

Ik laat Uw hand niet los Heer,

ik weiger op te geven.

Al doet Uw greep soms best wel zeer

en verlies ik mijn kracht soms even.

 

Want als ik lijk te worden overspoeld

door moeite en tegenslagen.

Begrijp ik niet meer zo best wat U bedoelt,

heb ik duizend vragen.

 

Maar toch laat ik niet los Heer,

ik laat de hoop niet varen.

Want U brengt toch iedere keer

de stormen tot bedaren.

 

Ik kan gerust weer verder gaan,

want als mijn krachten soms verflauwden,

kon ik er altijd van op aan,

dat niet ik, maar U mij vast bleef houden!

 

Gedicht door Addy Oostdijk.

Beter leven voor steeds meer dieren

Het aantal koeien, kippen en varkens dat onder het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming wordt gehouden, blijft toenemen. Dit jaar stijgt het aantal productiedieren dat diervriendelijker wordt gehouden met 3 miljoen naar ruim 20 miljoen dieren.

Dat is een groei van 17 procent vergeleken met 2014. Met ruim 17 miljoen vleeskuikens en bijna 1 miljoen leghennen vormen kippen de grootste groep dieren onder het Beter Leven keurmerk, gevolgd door zo’n 2 miljoen varkens en ongeveer 270.000 runderen en kalveren.

Directeur Frank Dales van de Dierenbescherming maakt de cijfers vandaag bekend tijdens een bijeenkomst van bedrijven die meedoen met het Beter Leven keurmerk. Tijdens deze bijeenkomst maken supermarkten, slachterijen en vleesverwerkende bedrijven daar de jaarlijkse balans op van het succesvolle keurmerk aan de vooravond van de ‘Beter Leven week’ die maandag 19 oktober start in alle supermarkten. Tijdens deze week doen veel supermarkten en merken mee met speciale acties en aanbiedingen.

BREED ASSORTIMENT DIERVRIENDELIJKER PRODUCTEN

Steeds meer supermarkten kiezen ervoor om hun aanbod duurzamere en diervriendelijker geproduceerde producten groter te maken. Zo maakte Lidl onlangs bekend als eerste supermarktketen volledig over te gaan stappen op een vleesassortiment met minimaal één ster van het Beter Leven keurmerk. “Een absolute mijlpaal en een belangrijke stap in de richting die we op moeten”, stelt Dales. Zes jaar geleden zette Albert Heijn de eerste grote stap voor het Beter Leven keurmerk door alleen nog maar vers varkensvlees te verkopen met minimaal één ster. Supermarktketen Plus volgt binnenkort en stopt bovendien geheel met het stunten met ‘kiloknallers’. Een grote speler als Jumbo is met zijn verse varkensvlees ook aan het overstappen op Beter leven met één ster en maakte deze zomer bekend in 2017 alleen nog maar duurzamer geproduceerd vlees te willen verkopen, waar mogelijk met het Beter Leven keurmerk.

Dat er steeds meer dieren profiteren van de groei van het Beter Leven keurmerk komt volgens Dales ook doordat er steeds meer merkfabrikanten bijkomen die producten leveren met het keurmerk op de verpakking, van soepen tot salades en van kroketten tot straks zelfs honden- en kattenvoer. Ook foodservicebedrijven, zoals bedrijfsrestaurants en tankstations, vervangen gaandeweg hun snacks en broodjes door diervriendelijkere versies met het Beter Leven keurmerk.

MINDER MAAR BETER

Het Beter Leven keurmerk is in 2007 door de Dierenbescherming geïntroduceerd als een 3-sterrensysteem dat de mate van diervriendelijkheid van een product aangeeft: hoe meer sterren, hoe diervriendelijker. Met het keurmerk wil de Dierenbescherming consumenten overhalen te kiezen voor minder, maar beter vlees en biedt zij het bedrijfsleven de gelegenheid geleidelijk over te stappen op een diervriendelijker aanbod van vlees en eieren. In 2015 produceren ruim 1000 boeren voor het keurmerk en verwerken zo’n 260 bedrijven vlees en eieren met het keurmerk. Beter Leven-sterren voor zuivelproducten komen er ook; de criteria hiervoor worden momenteel ontwikkeld.

 

Dolfijnenmoord in Taiji

Stop de grootste slachting van dolfijnen en walvissen ter wereld. Elk jaar doden Japanners maar liefst 13.107 dolfijnen op de meest walgelijke en wrede wijze.

In het kleine vissersdorpje Taiji (Japan) vindt de dolfijnenmoord van september tot maart plaats en wordt uitgevoerd door 26 vissers.  Met 13 motorboten gaan de vissers bij zonsopkomst de zee op en zoeken naar dolfijnen. Dan slaan ze op onderwater gedompelde metalen pijpen om een muur van geluid te creëren. Dit veroorzaakt een grote paniek bij de doodsbange dieren. Met lange speren, vissershaken en messen worden de weerloze dieren afgeslacht. Badend in hun eigen bloed gillen de dolfijnen tijdens de slachting.

Waarom doen ze dit? De vissers uit Taiji claimen dat de dolfijnen teveel vissen eten en daarom bestreden moeten worden. Japan geeft tegen alle internationale afspraken in vergunningen voor deze “ongediertebestrijding”. De geslachte dolfijnen worden verwerkt tot vlees en verkocht voor menselijke consumptie in Japanse supermarkten. Enkele dolfijnen laat men in leven, deze worden voor grof geld door dolfinaria of “zwem met dolfijnen” projecten.

Bovenstaande tekst kreeg ik onlangs op een flyer aangeboden van een dierenactiviste bij mij uit de wijk, Ik was diep geschokt na het lezen van bovenstaande informatie en ben dan ook van mening dat ik deze praktijken onder de aandacht moet brengen op mijn website. Dit kan zo echt niet langer door gaan dat moet je toch met mij eens zijn.

Wat kunnen we doen?

  • Bekijk de met Oscars bekroonde documentaire “The Cave”.
  • Bezoek geen dolfinaria en ga niet zwemmen met dolfijnen: het vangen van dolfijnen is traumatiserend en stressvol voor dolfijnen. Ze kunnen er immers gewond door raken en dood aan gaan. Bovendien is gevangenschap tegennatuurlijk.
  • Dolfinaria laten het vaak opzettelijk overkomen alsof de dolfijnen het leuk vinden om getraind te worden. Dit is absoluut niet waar: Ze moeten de kunstjes leren en uitvoeren anders krijgen ze geen eten. Vertel ook aan anderen om geen dolfinaria te bezoeken of te gaan zwemmen met dolfijnen.
  • Steun EDEV’s campagne tegen deze walgelijke vorm van dierenmoord. Doneer op giro 8000242. Een acceptgiro aanvragen kan ook bij EDEV’s via: http://www.edev.nl

 

Top