De bank van God

Hudson Taylor woont als jonge man in Hull, een arme stad in Ierland. ’s Avonds laat wordt er op zijn deur geklopt. Komt u snel! Mijn vrouw ligt op sterven en u moet voor haar bidden. Hudson Taylor loopt mee met de onbekende man. Het is laat, de stad stinkt. Als snel wordt het Hudson Taylor duidelijk dat de familie erg arm is en al enkele dagen niets meer te eten heeft gehad. Hij voelt in zijn zak. Een zilveren munt glijdt door zijn vingers. Had ik maar twee munten, denkt Taylor. Dan kon ik één munt aan deze man geven en de andere munt zelf houden. Maar Taylor heeft maar één munt. En als hij deze zilveren munt aan deze arme familie geeft, heeft hij zelf geen geld meer en overlijdt hij misschien wel aan honger en armoede. Binnen in de woning ziet Taylor een tragisch schouwspel. De familie is bijzonder arm en de honger straalt uit de holle ogen. De kamer is hoegenaamd leeg, op een strozak in de hoek na. Daarop ligt een magere vrouw, naast haar een pasgeboren baby. Hudson voelt nog een keer aan zijn munt. Maar weggeven doet hij niet. In stilte bidt hij diep in zijn hart een gebed uit of God deze familie wil helpen. De zilveren munt brandt echter in zijn zak. Hij realiseert zich dat hij God weliswaar vraagt om een oplossing, maar dat hij zelf die oplossing in de zak heeft. Als hij na het gebed de stervende vrouw probeert te steunen door haar te wijzen op Christus, knapt er iets. Hij realiseert zich dat hij anderen oproept te vertrouwen op God, maar zelf God helemaal niet vertrouwd. Snel geeft hij de zilveren munt aan de familie. Daarna kan hij vrijmoedig spreken over God en Zijn genade. U vraagt zich af hoe het afgelopen is met Taylor nadat hij de munt had weggegeven? Uren later komt Taylor thuis. Hij heeft niets meer. Al het geld is weg. In de kast nog voedsel voor één maaltijd. De jonge man pakt zijn Bijbel. Hij leest Spreuken 19 vers 17: ‘Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE. Hij zal hem zijn weldaad vergelden.’ Taylor realiseert zich dat hij weliswaar geld heeft gegeven aan arme mensen, maar ten diepste geld heeft geleend aan God. Hij vertrouwt erop dat God ervoor zal zorgen dat het goedkomt. En het komt goed. De volgende dag, als Taylor zijn laatste voedsel heeft opgegeten, arriveert er een pakketje. Een onbekende, gulle gever heeft handschoenen opgestuurd. Verwonderd bestudeert Taylor dit bijzondere geschenk. Dan valt er iets op de grond. Het is een munt. Een gouden! Tien keer zoveel waard als de zilveren munt die Hudson Taylor de dag daarvoor heeft weggegeven. De jonge Engelsman leert een bijzondere les. Geen bank geeft zoveel rente, als de bank van God.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*