Mijn ervaringen met een kleptomaan

Ik zou nooit hebben kunnen dromen dat hij een dief was. Onze kennis was zo vriendelijk en voorkomend. Het begon op een dinsdagavond in augustus, bij de voordeur. “Een artiest is zakenman geworden”, benaderde hij mij glimlachend. Maar zo gemakkelijk liet ik mij niet uit mijn tent lokken. Ik vroeg hem naar zijn achtergrond. Hij zei dat hij banden had met verscheidene van de grootste distilleerderijen. Ook had hij contacten met een aantal goedlopende brouwerijen. “En nu”, ging hij verder, “ben ik agent voor een toonaangevend tijdschrift”. Daarop liet ik hem binnen en luisterde enkele uren naar hem. Omdat hij van zijn contacten had verteld, trachtte ik hem te vertellen over mijn christelijke geloof en mijn liefde voor Christus. “Er is in mijn leven geen plaats voor likeur of bier”, vertelde ik hem met beslistheid. “Als christen is mijn lichaam de tempel van de Heilige Geest”. Ik was er zeker van dat hij deze woorden vervelend of beledigend zou vinden. Maar mijn overtuiging liet hem totaal onberoerd. Hij hield vast aan zijn zienswijze en ik kon aan de mijne vasthouden. Deze houding zou al onze volgende discussies kenmerken.

Op een lichtzinnig moment begon hij een “pikant” verhaal te vertellen. Ik was er snel bij om hem te vertellen dat zulke dingen in mijn huis niet waren toegestaan. Ik sneed hem direct de pas af. U zult zich kunnen voorstellen dat ik zo mijn vragen had over veel van zijn verhalen. Toch moet ik toegeven dat zijn ervaringen mij vaak opgewonden maakten. Na een belangwekkende avond met hem te hebben doorgebracht, nodigde ik hem uit de volgende avond terug te komen. Ik kan misschien een nuttige invloed op hem hebben, zo dacht ik in mijn onnozelheid. Maar mijn vrouw herinnerde mij eraan, dat zijn volgende bezoek precies op onze bidstondavond zou zijn. “Daar had ik aan moeten denken”, gaf ik toe, “maar ik moet me houden aan de uitnodiging die ik deze vriend heb gedaan”. Ik vertelde haar enkele dingen die hij mij had gezegd. Maar ze bleef weigeren hem te ontvangen. “Ik vertrouw hem niet”, zei ze. Ze werd hoe langer hoe bezorgder, naarmate hij meer en meer van ons gezinsleven in beslag nam. Mijn hele dag was maar saai, in vergelijking met de avonden die ik met hem doorbracht. Hij had een boeiende voorstelling van zaken. Soms lachte ik me slap bij zijn dwaze ervaringen. Dan weer rezen mij de haren te berge. Hij was ook een expert in films. Maar hij kon er niet over praten zonder het te vermengen met sex en geweld. Dit dwong mij keer op keer hem het zwijgen op te leggen. Toen begon hij mijn zoon Charles, een tiener, en mijn negen jaar oude dochter Eloise te benaderen. Ze konden nauwelijks zijn nieuwste geestigheid of huiveringwekkende verhaal afwachten. Ze zouden wel tot na middernacht hebben willen opblijven als wij het hadden toegestaan. Al deze afleiding deed hun studie en gezondheid niet veel goed. Ik begon me zorgen te maken over de aanwezigheid van deze kerel in ons huis.

En toen gebeurde het. De druppel die de emmer deed overlopen. Op zekere dag kwam ik tot de ontdekking dat ik verschillende van mijn mooiste boeken miste. Ik zocht er tevergeefs naar. Ik kwam tot de conclusie dat deze kerel de dief wel eens kon zijn. En als hij het was, wie zou kunnen zeggen wat hij dan nog meer gestolen had? Het leek allemaal erg verdacht. De volgende dag was ik er zo overstuur van, dat ik besloot hem bij de buren te controleren. En inderdaad, ook daar had hij bepaalde dingen weggenomen. Ik stond verbaasd over zijn slinkse handelwijze. Het bevestigde, wat mijn vrouw vanaf het begin had gezegd. In het ene huis was hij binnen gekomen als een godsdienstig prediker. “Hij heeft ons de waarheid van onze huidige eredienst bekendgemaakt”, zeiden zij. Een andere buurman, een handelsman, kende hem als een expert in doeltreffendheid. “Hij liet mij de nieuwste handigheidjes zien”, verklaarde hij, “die een succesvol zakenman kan gebruiken”. Zo had hij vele manieren om ergens binnen te komen.

Ik stelde hun allemaal voor dat ze hun bezittingen na zouden gaan. De meesten van hen misten wat. Uit het huis van de een was het christelijke tijdschrift verdwenen. Bij een ander was de Bijbel weg. Ik was verbluft te horen, hoe de tijd voor kerkbezoek op zondag en door de week met deze kerel werd door gebracht. Ergens anders kwam het gezin niet langer samen om de Bijbel te lezen en te bidden.

Een paar dagen later ontmoette ik die kerel bij een buurman, terwijl hij deze vermaakte. Hij schonk mij nauwelijks aandacht en daar was ik blij om. Het doel van mijn bezoek was om met hun tiener-dochter te praten over haar geloot in Christus. Maar deze kerel legde de hele avond volledig beslag op het gesprek. Hij nam alles wat met ernstige dingen te maken heeft uit haar gedachten en hart weg. Ik was er ziek van. Tenslotte zei ik een enkel woord tot de moeder van het meisje over dit gebrek aan hoffelijkheid. “Och”, verklaarde ze, “zo gaat het altijd”. Ze hadden ook een vijf jaar oud jongetje dat emotionele storingen had, door gebrek aan slaap, allemaal veroorzaakt door de bezoeken van deze kerel. Ik wandelde naar huis, aangedaan, terwijl ik mezelf afvroeg wat ik kon doen.

Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat mijn bezoeker gekweld werd door kleptomanie. Als een ervaren dief had hij mijn boeken tijdschriften en tijd gestolen. Maar het belangrijkste gemis was mijn nauwe vriendschap met Christus en de avonden die ik anders me mijn vrienden en gezin doorbracht. Ik ben er zeker van dat andere een gelijksoortige ervaring hebben. Sommigen hebben dingen va werkelijke waarde verloren, geen kleinigheden, maar kostbar e familieaangelegenheden die zij vroeger samen genoten. Geestelijke sociale en verstandelijke ervaringen zijn van hen weggenomen waarvoor slechts tijdelijk, voorbij gaand vertier in de plaats is gekomen.

Deze kerel is nu niet meer in ons huis. Als ik hem op zijn juiste plaats kon houden zou hij betrekkelijk onschadelijk zijn. Kleptomanen zijn niet altijd weloverwogen slecht. Ook deze had bij tijd en wijle nuttige nieuwsberichten en ook wel eens wat lichte humor. Maar je moet je ogen er voor open houden, of hij zal voortdurend dingen van je stelen. Ik zie hem zo nu en dan bij mijn buurman. En nog steeds houdt hij hen urenlang bezig. Ik heb getracht mij zijn naam te herinneren, zodat u voor hem en zijn sluwe streken gewaarschuwd bent. Hij is me ontschoten en ik ben er ook niet zeker van of hij mij zijn naam wel heeft gegeven. Maar zijn initialen zal ik nooit vergeten. Zij waren T.V.

Ik ben benieuwd wat TV bij u heeft weggenomen. Tijd? Toe wijding? Goede lectuur? Gezonde gesprekken? Aandacht voor de gemeente? Ga uw lijst eens na. U zult er verbaasd over staan wat u allemaal mist. Dit geslepen karakter herinnert mij aan een wild paard. Je moet er heel stevig op zitten en de teugels krachtig vasthouden, anders zal hij er met je van door gaan. Als je hem niet bestuurt, zal hij jou besturen. Wanneer u geleerd hebt TV te behandelen op de wijze waarop Paulus zijn lichaam behandelde, zal hij op zijn plaats blijven. “Ik kastijd mijn lichaam en breng het tot slavernij, opdat ik niet . zelf verwerpelijk zou worden” (1Kor. 9:27). En wat nog beter is, u zult de vreugde er varen van wat het betekent, uw genegenheden te richten op de dingen die boven zijn”.

In de loop der jaren is het verschijnsel tv op verschillende manieren belicht. De oorspronkelijke auteur, D.W. Hillis, (vertaling M.G. de Koning) van het bovenstaande verhaal personifieert op levendige wijze de tv als iemand die op geraffineerde wijze de huizen binnendringt en daar dingen ontvreemdt. De actualiteit van zijn ervaringen is in de loop van zestig jaren televisie overvloedig bewezen.

Dit verhaal komt uit het boekje “Christelijke visie op televisie” van M.G. de Koning en uitgegeven door Stichting Uit het Woord der Waarheid. ISBN 2228000922.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*