Bestaat God wel?

Een man ging naar de kapper om zijn haar en baard te laten knippen. Ze begonnen te discussiëren en spraken over vele zaken. Al gauw kwamen ze bij de bekende vraag of God wel bestaat.
De kapper zei: “kijk, ik geloof niet dat God bestaat.”
“Waarom zeg je zoiets”? vroeg de man.
“Nou, iemand hoeft alleen maar naar de wereld te kijken en hij zal zien dat
dat God niet bestaat. Als God echt bestaat, zouden daar dan zoveel zieke mensen zijn? Zouden daar zoveel gehandicapte kinderen zijn? Nee, als Hij echt bestond, zou er geen ellende zijn op de aarde. Ik kan me niet voorstellen dat een God dit allemaal kan toestaan.
De man was even stil maar zei verder niets.
De kapper was inmiddels klaar en de man verliet de zaak. Onderweg naar huis zag hij een oude man op straat met een heel lang haar en ongetrimde baard. De man ging onmiddellijk weer terug naar de kapperszaak en zei tegen de kapper: “KAPPERS BESTAAN NIET!”
“Maar ik ben toch een kapper en ik sta hier vlak voor je,” antwoordde de kapper.
“NEE!” Schreeuwde de cliënt. “Kapper bestaan gewoon niet. Als zij echt bestonden, zouden er geen mensen meer rond lopen met lang haar en ongetrimde baarden op de wereld.”
De kapper antwoordde: “Ach, wij kappers bestaan zeker wel. Het zijn gewoon de mensen die niet naar ons komen.”
“Exact!” ging de man verder. “Dat is het hem nou juist. God bestaat ook zeer zeker wel. Het zijn juist de mensen die niet naar Hem gaan en Hem niet opzoeken. En daarom is er zoveel ellende op de aarde.

De splinter en de balk

Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden. En wat ziet gij de splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is merkt gij niet? Of hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog? Gij geveinsde, werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien om den splinter uit uws broeders oog uit te doen. Geeft het heilige den honden niet, en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelven met hun voeten vertreden en zich omkerende u verscheuren.

(Uit de Bijbel: Mattheus 7:1-6).

Helaas kom ik als christen regelmatig met zogenaamde broeders en/of zusters in aanvaring over de door mij gekozen levenswijze. Dit is natuurlijk erg jammer. Ze geven mij met grote regelmaat de indruk alsof ze zelf heilig en vroom zijn en stellen zich op alsof ze de “gave van correctie” van God gekregen hebben. Zij denken dat de Heere hen laat zien wat er mis zou zijn in het leven van medechristenen en andersdenkenden en zij zijn dan van mening dat zij dan de opdracht van God hebben om die betreffende persoon dat dan in “liefde” te moeten vertellen wat er mis is in hun leven.

Ik word inmiddels op zijn oer Hollands gezegd zo schijt ziek van dit soort christenen en heb dan ook inmiddels feestelijk afstand van dit soort mensen in mijn leven genomen.

Het leven, en ons geloof, gaat niet over wetten en regeltjes. Het gaat om de liefde. De liefde van God voor de mens, van de mens tot God en de liefde tussen mensen onderling. Daarbij is de Bijbel zoals wij die kennen niet rechtstreeks vanuit de hemel op de aarde geworpen. De Bijbel is door verschillende auteurs geschreven die van de Geest Gods ingegeven waren. Het is dus niet letterlijk Gods heilig en onfeilbaar Woord maar verhalen van mensen. De Geest Gods heeft deze auteurs ingegeven wat ze op zouden moeten schrijven maar er is in de Bijbel ook nog een grote menselijke interpretatie te vinden.

Het doet er mijns inziens dan ook totaal niet toe dat Tatjana Simić volgens de eerder genoemde christenbroeders en/of zusters een zondige vrouw zou zijn. Ik hou van haar om wie ze is. Zij is mijn idool en dan kunnen sommige christenen in mijn omgeving op hun achterste benen gaan staan ik blijf die liedjes leuk vinden (ze gaan immers in veruit  de meeste gevallen over de liefde) en ze beluisteren en meezingen.

Ben ik dan een slecht mens omdat ik van de muziek van Tatjana Simić hou? Volgens sommige mensen die zich christen durven noemen wel maar daar denk ik dus zelf heel anders over. Geloof is tenslotte liefde en uit liefde zingt Tatjana Simić haar enorme schare fans toe.

Dan is er commentaar gekomen op het feit dat ik als naturist leef. Ze vallen over het feit dat ik recreëer zonder kleding op bijvoorbeeld een naturistencamping, in de sauna of aan het naaktstrand. Ze vinden dat men het naakte lichaam uitsluitend binnen het huwelijk tussen één man en één vrouw aan elkaar mag tonen. Ze baseren zich daarbij weer op de Bijbel wat Gods heilig en onfeilbaar Woord zou moeten zijn…. Je kan het ook anders zien: Als naturist ga je terug naar Gods schepping. Helemaal één worden met de natuur zoals Hij dat geschapen heeft zo’n zesduizend jaar geleden. Juist als naturist ervaar ik de nabijheid van God enorm. Je bent Zijn schepsel in Zijn schepping zoals Hij dat ooit bedoeld heeft.

Dan zijn er nog van die christenen die denken mij te moeten veroordelen omdat ik wel eens een colaatje in een café drink. Het zou volgens hen “één van de meest zondige plaatsen op aarde” zijn. Pure onzin natuurlijk. Oké er worden géén Psalmen gespeeld of gezongen in een café maar veelal populaire muziek maar is dat dan zo enorm fout? Veel popmuziek gaat over zaken waarmee we allemaal te maken hebben in het leven dus daar kan niet zo heel veel mis mee zijn. Natuurlijk is er wel popmuziek die als “fout” bestempeld kan worden maar die muziek wordt doorgaans niet gespeeld in de cafés waar ik mij begeef. (denk aan bijvoorbeeld popmuziek waarin de duivel vereerd wordt). Nee volgens mijn gevoel is er verder niets mis mee om op een gezellige vrijdagavond met wat vrienden een colaatje te drinken en een gezellige avond te hebben in een café. Kijk dat ze zelf misschien niet van het café bezoek houden kan ik respecteren maar laten hun dan ook respecteren dat andere mensen daar wel van houden. Leven en laten leven. Het zelfde kan ik zeggen over onder andere bioscoop, theater of discotheekbezoek. Laat je medemens gewoon in zijn/haar waarde dan zal die persoon bij jou het zelfde doen.

Ik heb nu drie punten uit mijn leven aangehaald waar de zogenaamd heilige en vrome christenen problemen mee hebben. Zoals het Bijbelgedeelte bovenaan deze pagina zegt moet iedereen eens leren op zichzelf te letten en zich met zijn/haar eigen fouten en tekortkomingen bezig te houden (de balk) in plaats van zich te bemoeien met het leven van de mede christen die waarschijnlijk heel anders in het leven en het geloof staat als jou. Leven en laten leven, ook al heeft iemand een splinter in zijn/haar oog. Het is niet aan jou om daar commentaar op te moeten leveren. Als God iets in het leven van één van Zijn kinderen niet acceptabel acht dan laat Hij dat die persoon persoonlijk wel weten, daar heeft Hij echt geen geveinsde voor nodig.

Volgens Mattheus 22 de verzen 37 tot en met 40 zijn er immers slechts twee geboden:

En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uwzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de Profeten.

Met de laatste Bijbeltekst uit Mattheus 22:37-40 is denk ik alles gezegd.

Dus mensen die vinden dat ze zelf heilig en vroom christen zijn en denken mij op welk onderwerp dan ook te moeten veroordelen moeten lekker een half uur naakt voor een spiegel gaan staan en zichzelf afvragen wie ze nou eigenlijk wel denken te zijn door als maar commentaar op het leven van andere christenen en ongelovige mensen te moeten leveren. De splinter en de balk…. Zo is het wel en niet anders.

Tel je zegeningen

Een mevrouw van rond de vijftig wandelt met een paar kinderen door het park. De kinderen rennen naar het klimrek en de vrouw ploft neer op een bankje, naast een wat oudere vrouw. Ze kijkt naar de oudere vrouw en zegt: ‘’Mijn leven is een routine. ‘s Ochtends komt mijn dochter haar twee kinderen brengen, ik maak het ontbijt klaar en samen zitten ze dan te smullen. Daarna wassen we af en maken we een wandeling in het park. Precies om 12:00 uur lunchen we voor de TV, of gaan we picknicken als het weer het toelaat. Wanneer we terug zijn, begin ik meteen met het avondeten. Rond vijf uur is de tafel dan gedekt en als mijn dochter dan van haar werk terug komt, gaan we met z’n allen aan tafel. En zo is er dan weer een hele dag voorbij gegaan. Mijn leven is echt saai, ik lijk wel een slavin.

De andere vrouw bleef voor zich uit kijken, zonder iets te zeggen. De eerste vrouw zei: “En u, heeft u ook zo’n routinematig leven? Uw leven kan toch nooit zo mooi zijn, als u hier ook zo moederziel alleen in het park zit?”

Toen begon die oudere mevrouw te praten: “Eigenlijk heb ik niets om over te klagen. Ik heb een lieve verpleegkundige die me elke dag hier naar het park toe rijdt, zodat ik deze kinderen kan zien spelen. Ik heb zelf namelijk geen kleinkinderen en als ik deze kinderen hoor lachen, dan doet me dat veel goed. Later komt een taxi me ophalen en die brengt me naar het ziekenhuis. Daar bezoek ik zieke mensen, zodat die mensen en ikzelf ook iemand hebben om mee te praten. Familie heb ik zelf namelijk niet. ‘s Avonds komt de taxi me weer ophalen om me mee te nemen naar mijn tehuis waar ik woon. En zo gaat mijn gezegende dag weer voorbij. Ik heb niets om te klagen, ik heb alleen maar veel om voor te danken, namelijk dat mijn ogen nog steeds al deze mooie dingen kunnen zien.”
En inderdaad, daar kwam de taxi om de dame op te halen. De man reed haar weg in haar rolstoel, richting de auto. De eerste vrouw dacht nu heel diep na. “Dit kan niet waar zijn. Ik kan lopen, ik heb een dochter, mijn kleinkinderen, een eigen huis en ik zit te klagen.’’

Is jouw leven net als van die eerste vrouw, of van die tweede? Moeten anderen jouw zegeningen voor je tellen, of kun je het zelf? Dank je God voor alles, of moet God elke dag jouw klachten weer aanhoren? Tel je zegeningen en vergeet ze niet. Dank God voor al het goede dat Hij je geeft.

De bank van God

Hudson Taylor woont als jonge man in Hull, een arme stad in Ierland. ’s Avonds laat wordt er op zijn deur geklopt. Komt u snel! Mijn vrouw ligt op sterven en u moet voor haar bidden. Hudson Taylor loopt mee met de onbekende man. Het is laat, de stad stinkt. Als snel wordt het Hudson Taylor duidelijk dat de familie erg arm is en al enkele dagen niets meer te eten heeft gehad. Hij voelt in zijn zak. Een zilveren munt glijdt door zijn vingers. Had ik maar twee munten, denkt Taylor. Dan kon ik één munt aan deze man geven en de andere munt zelf houden. Maar Taylor heeft maar één munt. En als hij deze zilveren munt aan deze arme familie geeft, heeft hij zelf geen geld meer en overlijdt hij misschien wel aan honger en armoede. Binnen in de woning ziet Taylor een tragisch schouwspel. De familie is bijzonder arm en de honger straalt uit de holle ogen. De kamer is hoegenaamd leeg, op een strozak in de hoek na. Daarop ligt een magere vrouw, naast haar een pasgeboren baby. Hudson voelt nog een keer aan zijn munt. Maar weggeven doet hij niet. In stilte bidt hij diep in zijn hart een gebed uit of God deze familie wil helpen. De zilveren munt brandt echter in zijn zak. Hij realiseert zich dat hij God weliswaar vraagt om een oplossing, maar dat hij zelf die oplossing in de zak heeft. Als hij na het gebed de stervende vrouw probeert te steunen door haar te wijzen op Christus, knapt er iets. Hij realiseert zich dat hij anderen oproept te vertrouwen op God, maar zelf God helemaal niet vertrouwd. Snel geeft hij de zilveren munt aan de familie. Daarna kan hij vrijmoedig spreken over God en Zijn genade. U vraagt zich af hoe het afgelopen is met Taylor nadat hij de munt had weggegeven? Uren later komt Taylor thuis. Hij heeft niets meer. Al het geld is weg. In de kast nog voedsel voor één maaltijd. De jonge man pakt zijn Bijbel. Hij leest Spreuken 19 vers 17: ‘Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE. Hij zal hem zijn weldaad vergelden.’ Taylor realiseert zich dat hij weliswaar geld heeft gegeven aan arme mensen, maar ten diepste geld heeft geleend aan God. Hij vertrouwt erop dat God ervoor zal zorgen dat het goedkomt. En het komt goed. De volgende dag, als Taylor zijn laatste voedsel heeft opgegeten, arriveert er een pakketje. Een onbekende, gulle gever heeft handschoenen opgestuurd. Verwonderd bestudeert Taylor dit bijzondere geschenk. Dan valt er iets op de grond. Het is een munt. Een gouden! Tien keer zoveel waard als de zilveren munt die Hudson Taylor de dag daarvoor heeft weggegeven. De jonge Engelsman leert een bijzondere les. Geen bank geeft zoveel rente, als de bank van God.

A letter from hell

Dear reader,

I am writing this letter because I want to warn you seriously not to come to this terrible place where I am now! Hell is really a terrible place. I constantly suffer from pain in the flames!

Because in my rich earthly life I have completely passed away from God and only lived for myself and my temporary pleasures, I am now here in hell. I know that it is a righteous judgment, because I have made the choice to live without God.

In the past when I was still living on earth, I was a very rich man, I could do everything and buy whatever I wanted and regularly held a wonderful party in my house! There was often a poor beggar right in front of my house, which I now know is called Lazarus. I remember what I thought when they said: “That beggar who always sat in front of your house has died”. I thought: “I’m pretty off of that”. However, a few days later, I died completely unexpectedly of cardiac arrest.

When I opened my eyes under the enormous torment, I saw that Lazarus was on the other side of the insurmountable chasm, he sat on Abraham’s lap and he was comforted by him.

I now know that Lazarus lives in a beautiful house with God in heaven, while I have to suffer from eternal pain from a deep pit, the fire will never go out in eternity!

I had called to the other side and begged, “Please Abraham, have pity on me and send Lazarus so that he may dip the tip of his finger in the water to cool my tongue, for I am suffering in this flame”! But unfortunately, all my attempts were in vain …

Then I remembered that I still had five brothers on earth and asked Abraham if it would be possible to have Lazarus return to earth one more time to warn them seriously so that they too will not end up in this awful place.

Also this request was not granted because it was said: “If man does not want to listen to God’s Word, then he also does not listen to someone who rises from the dead!”

Fortunately, I was allowed to write you this warning letter. Please, do you repent to Jesus Christ, He died for all your sins on the cross, He is truly the only Way that does not end at the gate of hell. He is the only Way that leads to the gate of heaven!

Please do not make the same mistake as I did before by passing over to God and living only for your own temporary pleasures! Call on Jesus and follow Him alone, now it is possible before it is too late for you and will burn forever in these flames of hell.

Do not you believe me? Please read my letter again carefully in the Bible, it can be found in Luke 16: 19-31.

with the warning greetings of a once rich man!

P.S. Please do not view this letter as a threat, but as a loving warning from God who really does not want you to end up in hell but will be with Him in Heaven (1 Peter 3: 9). However, God created you with your own free will, which means that He can not force you to repent to Jesus Christ. God is love but love does not force!

God is also righteous, He can not possibly condone your unpardoned sins if you do not come to the Lord Jesus Christ!

It is “yes” (with Jesus – heaven) or “no” (without Jesus – hell), you make this choice in this life! But remember that if you do not choose at all and leave everything in your life as it is now, you have chosen …

Een brief uit de hel

Geachte lezer(es),

Ik schrijf u deze brief omdat ik u ernstig wil waarschuwen om alstublieft niet op deze verschrikkelijke plaats te komen waar ik nu ben! De hel is echt een verschrikkelijke plaats. Ik lijd constant pijn in de vlammen!

Omdat ik in mijn rijke aardse leven totaal aan God voorbij ben gegaan en alleen maar voor mezelf en mijn tijdelijke pleziertjes leefde, ben ik nu hier in de hel. Ik weet dat het een rechtvaardig oordeel is, want de keuze om zonder God te willen leven heb ik zelf gemaakt.

Vroeger toen ik nog op aarde leefde was ik een zeer rijk man, ik kon alles doen en kopen wat ik maar wilde en hield regelmatig in mijn huis een schitterend feest! Vlak voor mijn huis zat vaak een arme bedelaar, waarvan ik nu weet dat hij Lazarus heet. Ik weet nog wat ik dacht toen men zei: “Die bedelaar die altijd vlak voor uw huis zat is overleden”. Ik dacht: “Daar ben ik dan mooi van af”. Echter een aantal dagen later stierf ik zelf geheel onverwachts aan een hartstilstand.

Toen ik mijn ogen opsloeg onder de enorme pijniging zag ik dat Lazarus aan de overkant van de onoverkomelijke kloof zitten, hij zat bij Abraham op schoot en hij werd door hem vertroost.

Ik weet nu dat Lazarus in een schitterende woning bij God in de hemel woont terwijl ik hier voor altijd en eeuwig vanuit een diepe put pijn moet lijden, het vuur zal in den eeuwigheid niet meer doven!

Ik had nog naar de overkant geroepen en smeekte: “Alstublieft Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in het water doopt om mijn tong af te koelen, want ik lijd pijn in deze vlam”! Maar helaas, al mijn pogingen waren tevergeefs…

Toen bedacht ik mij dat ik nog vijf broers op aarde had en vroeg Abraham of het mogelijk was om Lazarus nog één maal naar de aarde te laten terugkeren om hen ernstig te waarschuwen zodat ook zij niet op deze vreselijke plaats zullen terecht komen.

Ook dit verzoek werd niet ingewilligd want zo werd gezegd: “Als de mens niet naar Gods Woord wil luisteren, dan luistert deze ook niet naar iemand die uit de dood opstaat!”

Gelukkig mocht ik u wel deze waarschuwingsbrief schrijven. Alstublieft, bekeer u toch tot Jezus Christus, Hij is voor al uw zonden gestorven aan het kruis, Hij is echt de enige Weg die niet uitkomt bij de poort van de hel. Hij is de enige Weg welke naar de poort van de hemel leid!

Maakt u alstublieft niet dezelfde fout als ik vroeger zelf maakte door aan God voorbij te gaan en alleen maar voor uw eigen tijdelijke pleziertjes te leven! Roep Jezus aan en volg Hem alleen, nu kan het nog voordat het ook voor u te laat is en tot in eeuwigheid zult moeten branden in deze vlammen van de hel.

Gelooft u mij niet? Leest u mijn brief dan alstublieft nog eens goed na in de Bijbel, het is te vinden in Lucas 16:19-31.

met de waarschuwende groeten van een eens zo rijk man!

P.S. Zie deze brief alstublieft niet als een bedreiging maar als een liefdevolle waarschuwing van God die echt niet wil dat u in de hel terecht komt maar in de Hemel bij Hem zult zijn (1 Petrus 3:9). God heeft u echter geschapen met een eigen vrije wil, dit betekend dat Hij u niet kan dwingen om u te bekeren tot Jezus Christus. God is liefde maar liefde dwingt niet!

God is ook rechtvaardig, Hij kan onmogelijk uw onvergeven zonden door de vingers zien als u niet tot de Heere Jezus Christus komt!

Het is “ja” (met Jezus – de hemel) of “nee” (zonder Jezus – de hel), u maakt in dit leven zelf die keuze! Maar bedenk goed dat wanneer u helemaal niet kiest en alles in uw leven laat gaan zoals het nu gaat heeft u toch gekozen…

Mijn opa en oma

Afgelopen zondagmorgen 14 januari 2018 overleed mijn lieve oma Cornelia Maria Suurland – van der Kruit in de leeftijd van 93 jaar.

Bijna 45 jaar lang is mijn oma één van de belangrijkste en liefdevolle mensen in mijn leven geweest waarmee ik al mijn lief en leed op deze aardbol heb mogen delen. Ik heb heel veel met haar mogen beleven maar zeker ook met haar man, mijn opa, Marinus Johannes Suurland, welke helaas al op 16 oktober 1996 geheel onverwachts moest komen te overlijden in de veel te jonge leeftijd van 76 jaar.

Al die mooie momenten met opa en oma zal ik nooit vergeten. In mijn hart zijn zij voor altijd bij mij. Mijn opa en oma waren twee heel bijzondere mensen waarvan je er niet veel op deze aardbol tegen zult komen.  Alles deden zij uit het oogpunt van liefde voor hun zes kinderen, al hun kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ze zijn fantastische ouders, grootouders en overgrootouders voor ons allemaal geweest.

Ik dank de Heere dan ook op mijn knieën dat ik zulke geweldige grootouders heb mogen kennen in mijn leven.

Lieve opa en oma, rust zacht bij de Heere, onze God, in het Koninkrijk der hemelen tot in de oneindige eeuwigheid.

*************************************

Lieve oma,

Toen ik zag

hoe jij zo rustig lag

zo zonder pijn

geen vragen meer

alles geleden

alles gestreden

deed mijn hart

een beetje minder zeer.

De tweeling

In een baarmoeder zaten twee baby’s. De ene vroeg aan de ander: ‘Geloof jij in leven na de bevalling?’ De ander zei, ‘Maar, natuurlijk. Er moet ‘iets’ zijn na de bevalling. Misschien zijn we hier om ons voor te bereiden op wat hierna komt.’ ‘Nonsens’, zei de eerste. ‘Er is geen leven na de bevalling. Wat voor leven zou dat zijn?’ De tweede zei, ‘Ik weet ‘t niet, maar er zal in ieder geval meer licht zijn dan hier. Misschien lopen we wel met onze benen en eten we uit onze monden. Misschien hebben we andere zintuigen die we nu nog niet snappen.’ De eerste reageerde, ‘Dat is absurd! Lopen is onmogelijk. En eten met onze monden? Ridicuul! De navelstreng voorziet ons van voeding en alles wat we nodig hebben. Maar de navelstreng is zo kort. Leven na de bevalling moet dus logischerwijs uitgesloten zijn.’ De tweede volharde, ‘Nou, ik denk dat er iets is en het is anders dan hier binnen. Stel dat we de navelstreng niet meer nodig hebben.’ Waarop de eerste reageerde, ‘Nonsens. En wat dan als er leven zou zijn, waarom is er dan niemand ooit van teruggekomen? Bevallen is het einde van het leven, en in het post bevallingstijdperk is er niets dan donkerte, stilte en de ondergang. Het brengt ons nergens.’ ‘Ik weet het niet hoor’, zei de tweede, ‘maar we zullen mama in ieder geval ontmoeten en zij zal voor ons zorgen. ‘Mama? Geloof jij echt in mama? Dat is ronduit lachwekkend. Als mama bestaat waar is ze dan nu?’ De tweede zei: ‘Ze is overal en om ons heen. We zijn omgeven door haar en we zijn van haar. Het is in haar waar we leven. Zonder haar zou deze wereld niet bestaan.’ ‘Nou, ik zie haar niet. Dus het is niet meer dan logisch dat ze niet bestaat.’ zei de eerste. Waarop de tweede antwoorde, ‘Soms, als je stil bent en je je focust en echt, echt goed luistert, kun je haar aanwezigheid voelen en kun jaar liefdevolle stem horen die roept van boven.’

Modern kerstfeest

Vanuit de diepte van mijn welvaartsstaat
roep ik tot U, tot Gij U vinden laat.
Want ik heb alles wat mijn hart begeert,
alleen ‘t geloven heb ik afgeleerd.
De woorden van het oude kerstverhaal
spreken voor ons een onverstaanb’re taal.
Want wie gelooft er in een eng’lenlied
als hij het duivelse op aarde ziet?
Wie laat er nu nog alles in de steek
alleen omdat hij naar de hemel keek?
De herders vonden ‘t Kind en spraken over Hem;
wij zwijgen nog na twintig eeuwen Bethlehem.
Wij geven U geen mirre of wierook meer,
en ‘t goud kunnen wij zelf gebruiken, Heer.
Wanneer men nu de kinderen vermoordt,
wordt nog nauwelijks protest gehoord.
Wat moet het toch verdrietig voor U zijn
dat wij zo groot doen – want U werd zzo klein.
Wij zijn de kinderen van een harde, koude tijd,
maar laat ons zien, dat Gij onze Vader zijt.
Dat Gij ons zoekt in onze duisternis
omdat Uw liefde onveranderd is.

(Een gedicht van Nel Benschop uit haar bundel “Een vlinder van God”)

 

Eenzaam hout

Een man die regelmatig naar de kerk ging, bleef opeens thuis.
Na een paar weken besloot de predikant bij hem langs te gaan. Het was een gure avond. De dominee trof de man thuis aan voor een knapperend haardvuur. De man, die wel kon raden waarom de dominee langskwam, heette hem welkom, bood hem een gemakkelijke stoel bij de haard aan en wachtte. De dominee ging lekker zitten, maar zei niets. Tijdens de plechtige stilte sloeg hij de vlammen gaande die rond de brandende houtblokken speelden.
Na een paar minuten nam de dominee de tang, pakte voorzichtig een stukje gloeiend hout en legde het aan de kant van de haard waar geen vuur was. Daarna ging hij weer zwijgend zitten. De gastheer keek geboeid toe. Het eenzame stukje hout brandde steeds zwakker, gloeide even op en doofde toen. Al snel was het helemaal koud.
Sinds de begroeting was er geen woord meer gesproken. Vlak voordat de dominee wegging, pakte hij het koude stukje hout en legde het weer midden in het vuur. Door het licht en de warmte van de blokken eromheen, begon het direct weer te gloeien.
Toen de dominee de deur wilde opendoen, zei zijn gastheer: ‘Heel erg bedankt voor uw bezoek en met name voor de vurige preek. Zondag ben ik weer in de kerk.’

Top