De persoonlijke website van Marcel Hendriks uit Spijkenisse

Een brief uit de hel


Geachte lezer(es),

Ik schrijf je deze brief omdat ik jou ernstig wil waarschuwen om alsjeblieft niet op deze vreselijke plaats te komen waar ik nu ben! De hel is echt een verschrikkelijke plaats. Ik lijd constant pijn in de vlammen van het onuitblusbare eeuwige vuur! 

Omdat ik in mijn rijke aardse leven totaal aan God voorbij ben gegaan en alleen maar voor mezelf en mijn tijdelijke aardse pleziertjes leefde, ben ik nu hier in de hel. Ik weet dat het een rechtvaardig oordeel is, want de keuze om zonder God te willen leven heb ik zelf gemaakt. 

Vroeger toen ik nog op aarde leefde was ik een zeer rijk man. Ik kon alles doen en kopen wat ik maar wenste en hield elke dag in mijn woning een schitterend feest! Bij mijn voordeur lag vaak een arme bedelaar, waarvan ik nu weet dat hij Lázarus heet. 

Ik weet nog wat ik dacht toen men tegen mij zei: "Die bedelaar, die altijd voor je huis lag is dood!". Ik dacht meteen: "Mooi, daar ben ik mooi vanaf!" Echter slechts een korte tijd later stierf ik zelf ook geheel onverwachts.

Toen ik mijn ogen opsloeg onder de pijniging, zag ik Lázarus aan de overkant van de onoverkomelijke kloof zitten. Hij zat bij Abraham op schoot. Ik zag dat hij daar door Abraham vertroost werd. 

Ik weet nu dat Lázarus in een schitterende woning bij God in de hemel woont, terwijl ik hier voor altijd en eeuwig vanuit een diepe put enorme pijn moet lijden, en waar het vuur dat in de eeuwigheid nooit meer uit zal doven. 

Ik had nog naar de overkant geroepen en gesmeekt: "Alsjeblieft Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lázarus, opdat hij de top van zijn vinger in het water doopt om mijn tong af te koelen, want ik lijd pijn in deze vlammen!" Maar helaas, het was tevergeefs. 

Toen bedacht ik, dat ik nog vijf broers op de aarde had, en vroeg aan Abraham of het dan mogelijk was om Lázarus nog een keer naar de aarde terug te sturen om mijn broers ernstig te waarschuwen, opdat ze toch ook niet op deze verschrikkelijke plaats terecht zullen komen! Maar ook dit verzoek werd niet ingewilligd, want zo werd er gezegd: "Als de mens niet naar Gods Woord wil luisteren, dan luistert hij ook niet als er iemand uit de dood opstaat!" 

Gelukkig mocht ik nog wel deze waarschuwingsbrief aan jou schrijven; Alsjeblieft, bekeer je toch tot de Heere Jezus Christus. Hij wil ook al jouw zonden uit pure genade voor eens en voor altijd vergeven wanneer je in Hem gelooft. Voor alle mensen maar zeker ook voor goddeloze mensen, zoals jij, stierf Hij aan het kruis. Hij is echt de enige Weg die niet uitkomt bij de poort van de hel, maar de enige Weg die naar de poort van de eeuwige heerlijkheid in de hemel leidt! 

Maak nou alsjeblieft niet dezelfde vergissing die ik vroeger maakte door aan God voorbij te gaan en voor eeuwig verloren te moeten gaan in de vlammen van de hel.! Het is "ja",  met Jezus de hemel, of "nee, zonder Jezus de hel. Jij maakt in dit leven zelf je eigen keuze… Maar weet wel dat wanneer je niet kiest en alles in dit leven zo maar op zijn beloop laat gaan heb je uiteindelijk toch gekozen…

Geloof je mij niet? Lees mijn brief dan alsjeblieft nog eens goed na in de Bijbel. Het staat in Lukas 16:19-31 (zie de tekst onderaan deze brief geciteerd). Het is de Heere Jezus (God) zelf, die in de Bijbel, op vele plaatsen (in het Nieuwe Testament maar liefst meer dan veertig keer) de mens waarschuwd voor de echtheid en de ellendigheid van de hel. 

Met de waarschuwende groeten van de eens zo rijk man!


Citaat Lukas 16:19-31 uit de Bijbel

De rijke man en Lázarus

En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lázarus, welke lag voor zijn poort, vol zweren, En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. En het geschiedde dat de bedelaar stierf en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham. En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lázarus in zijn schoot. En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner en zend Lázarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijd smarten in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, gedenk dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lázarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten. En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote kloof gevestigd, zodat degenen die vanhier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, vandaar tot ons overkomen. En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis; Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging. Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de Profeten; dat zij die horen. En hij zeide: Neen, vader Abraham; maar zo iemand van de doden tot hen heen ging, zij zouden zich bekeren. Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de Profeten niet horen, zo zullen zij ook, al ware het dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.